Hoe maak ik... Meer planten van mijn plant? (gevorderden)

August 25, 2020

Martina is gepassioneerd tuinier en werkt op de afdeling groenbeleid van de gemeente. Ze weet uit haar omgeving dat lang niet iedereen groene vingers of inspiratie heeft. Daarom wil zij de lezers van het Haagse Groen laten zien hoe zij zelf met groen aan de slag kunnen. Dat doet ze in de rubriek: Hoe maak ik...?

Hoe maak je meer planten van je plant? Door te stekken! Maar er zijn veel manieren om te stekken. Ik ga dieper in op winterstekken, een tak laten aarden of zomerstekken. Een mini-cursus stekken voor gevorderden.

Winterstekken

Een manier om stekjes van struiken of bomen te maken is winterstekken. Zoals de naam al zegt gebeurt deze methode van stekken in het late najaar of in de winter, wanneer de bladeren van de bomen zijn gevallen. Kies een goed uitgegroeide, gezonde éénjarige houtachtige twijg. Als er bovenaan nog verse groei zit, moet dit worden afgeknipt. Knip de tak direct onder een oogje (dus waar normaal de bladeren uit komen) af.

Stek het stekje iets dieper dan de helft in een pot met gaten onderin. De aarde in de pot moet luchtig zijn, als die dat niet is kun je een beetje grind, perliet of vermiculiet toevoegen. Zet de pot buiten op een beschutte plek, of in een niet verwarmd kas. De aarde moet licht vochtig blijven. Zo moet de pot een aantal maanden blijven staan. Als in het voorjaar bladeren verschijnen weet je dat het is gelukt ! Neem de stekjes voorzichtig uit de pot en plant ze in een groter pot of de volle grond zodra het vorstvrij is.

Takje laten aarden

Een ander manier om stekjes van (houtige) gewassen te nemen is om een tak te ‘aarden’. Graaf een kuiltje en buig een jonge tak tot hij de grond aanraakt. Vul het kuiltje met de tak erin met aarde en zorg ervoor dat de tak beneden blijft, bijvoorbeeld door hem met een haring vast te stekken of een steen erop te leggen. Laat hem een paar maanden zo, tot je bij voorzichtig kijken ziet dat hij stevige wortels heeft gemaakt. Dan kun je de tak van de moederplant losknippen en verpotten. Dit werkt het beste met planten die lange dunne takken maken, bij voorbeeld bramen of blauwregen (wisteria). 

Zomerstekken

De laatste manier van stekken, is ‘zomerstekken’. Bij deze manier van stekken worden in het voorjaar of de zomer stekjes genomen van verse groei. Het kan zowel met stengels die helemaal groen en zacht zijn (kruidachtig) als met stengels die al een stukje houtachtig zijn maar met verse groei. Stekjes die houtig zijn neem je bijvoorbeeld fruitbomen of struiken en kruiden zoals rozemarijn of lavendel. Stekjes die helemaal kruidachtig zijn neem je van planten die geen hout maken bijvoorbeeld bloemen zoals dahlia’s.

Ook bij deze manier van stekken wordt het stekje onder een oog afgeknipt. De bladeren worden tot de helft van het stekje verwijdert en het stekje vervolgens in luchtige aarde (zoals bij winterstekken) of ander groeimedium gestopt. Als het stekje vele grote bladeren heeft moeten die door de helft worden geknipt omdat het anders te veel vocht verliest.

Ook van kamerplanten kun je kruidachtige stekken maken: Cissus stek in vermiculiet


Vochtverlies is de grootste vijand van deze stekjes. Daarom moet de aarde altijd vochtig (maar niet kletsnat) zijn. Ook hebben deze stekjes enige warmte en vochtige lucht nodig. Het beste werkt deze manier van stekken, dus als je de stekjes in een kas kunt zetten. Als alternatief kun je het stekje op een schoteltje op de vensterbank zetten en een doorzichtig plastikzakje los eroverheen zetten (let op met kleine kinderen of huisdieren). Je weet dat je geslaagd bent als er nieuwe bladeren komen en/of wortels door de gaten aan de onderkant te zien zijn!

Veel plezier en succes met je nieuwe planten!

Martina

 


Vochtverlies is de grootste vijand van kruidachtige stekjes. Voor extra bescherming tegen uitdroogen kun je een plastic zakje over de plant doen.

 

Nieuwsbrief

Via de nieuwsbrief blijf je op de hoogte van al het nieuws rondom het Haagse Groen.

Aanmelden

 

 

Images

Cookie settings